Wanneer Het Mij Deprimeert
Wanneer Het Mij Deprimeert
Ik heb net een novelle gelezen die de Pulitzer prijs gewonnen heeft. Het boek is veel geprezen door critici, kranten, gefilmd geleid door een top regiseur en vertaald in zovele vreemde talen. In tussen zijn mijn stukken geweigerd, niet opgenomen door uitgevers. Ik ben niet “doof” noch “blind” over wat er gepubliceerd werd omtrent dat bijzondere boek en grote schrijver die een mens, een aankomend schrijver deprimeert, en hij zich klein voelt zoals “Het Lelijke Jonge Eendje” in het verhaal van Hans Andersen. Vaagjes meen ik pak Arif ooit horen zeggen:
Wat heb ik meer boven anderen om trots daarop te zijn? Dat beetje meer hebben, meer kunnen is zeker niet mijn eigen verdienste maar mij door een Hogere Hand geschonken gave in de vorm van een beetje meer talent, gevoel voor schoonheid, of in de vorm van meer geduld, ijver, discipline, …
En wanneer een ander mij overtreft, meer geluk heeft dan ik, waarom zou ik jaloers zijn? Is dat beetje meer ook niet wat de Schepper hem geschonken heeft?
En wanneer men mij beschouwde als een goed, braaf mens, wat is er voor bijzonders om mij te prijzen?. Misschien heb ik een kleiner honger of dorst, een kleiner behoefte naar stand, naar positie, naar rijkdom, naar “verboden vruchten”. Ook dit is niet mijn eigen verdienste.
De worm is helemaal naakt, zonder ledematen, zonder stem. Toch is het gelukkig en dankbaar. Het houdt zich bezig met in de aarde te wroeten zoals het hem door de natuur ingegeven is. Het benijdt de kenari vogel niet die zo heerlijk kwelen kan, de vlinder niet, die mooie vleugels heeft en honing drinkt, allemaal druk bezig naar hun aard, naar wat hun ingegeven is.
Dat was wat ik mij van hem herrinner en nu voel ik me weer opgebeurd.