Job In Onze Tijd
Job In Onze Tijd
Zoals ledematen die geamputeerd werden, zo werden de takken van een boom afgesneden. Maar de boom stierf niet, integendeel het bracht nieuwe jonge spruiten voort.
Wanneer men deze weer afsneed, brengt ze weer nieuwe spruiten en steeds maar weer. Ik herrinner me iemand die al zijn bezittingen verloor in een brand, net als Job uit de Bijbel die toen getroffen werd door vele catastrophes. En ook hij kroop als Job langzaam maar zeker van beneden naar boven, bouwde een nieuw beter, sterker, groter huis en zijn zaken gingen weer vooruit.
Ik verbeeldde me een zekere Job in onze tijd te horen spreken:”Wanneer ik al mijn bezittingen verloor, mijn zaken bankroet gingen, ontslagen werd van mijn ambten, wel, waarom zou ik treuren, klagen? Was ik niet begonnen met niets, geen ambten, hoge functies? Met een klein beetje moeite en ik mijn hersens een beetje inspan bouw ik alles weer op.
Wanneer mijn zicht werd weggenomen, leer ik ‘zien’ met mijn vingers en mijn gehoor. Mijn innerlijke ogen zijn scherper geworden en leef, beleef veel in mijn innerlijke wereld en vergaar, verwerf mij mijn innerlijke schatten waar dieven, rovers niet aankomen.”
Wanneer we Job zouden aantasten met ziekten dan zou hij zeggen: “dank zij mijn asthma, een geerfde aanleg tot diabetes, rheumatiek, besef ik de waarde wat het is gezond te zijn. Om er overheen te komen doe ik mijn gezondheids sport oefeningen vrijwillig en met genoegen en zonder te weten is mijn gezondheid boven het normale. Nu doe ik ook al mijn dagelijkse activiteiten, zoals werken, leren, oefenen, lezen, muziek luisteren, films zien, eten, drinken, ja, ook slapen als iets van een genoegen, of als een feest.”
Job vervolgde: “Wanneer al mijn vrienden en ook al mijn kinderen en zelfs mijn vrouw mij zouden verlaten, dan is er nog mijn hond. Hij is de laatste die mij verlaten zal, maar dan alleen wanneer hij ooit daartoe in staat is. Weg vluchten? Nooit. Wanneer ik hem zou wegjagen, hem ergens opzettelijk weg zou laten, zou hij weer terug gekomen zijn. Hij is zo trouw zonder dure eden.
Duizenden malen bemoeilijkt, bedrogen, Job verliest zijn verstand, de moed niet, hij geeft nooit op. Hij is als de boom die men zijn takken heeft afgesneden en steeds weer nieuwe spruiten voortbrengt zonder ophouden, zoals gras dat vertrapt is weer rijst.
Wanneer men toen in 1998 angstig schreeuwde: “Wij staan voor een economische crisis, hyper inflatie, duizend en een problemen,” wel, laten we met Job die kalm, rustig glimlacht zeggen:”Waartoe al die drukte, die angst? De wereld vergaat immers niet? Nooit opgeven!”
Uit Jayakarta, 1 April 1998