Het Ontwaken
Het Ontwaken
Daar zie ik op de Ancol-brug de opgaande zon verschijnen door een erepoort van bomen over een spiegelende waterweg.
Ik hoor een blij onbezorgd meisjes geschater; mijn dochtertje laat mij schrikken en ze leunt aanhalig tegen mij aan. Ik hoor de blijde ochtend-groet van Tien, ik voel de heerlijke wind, ik hoor de vogels, ik zie de bloemen tot expressie komen, ik voel de ochtend aanbreken. Ik zie, ik hoor, ik voel, ik ruik, er gaat een betere wereld voor mij open.
Daar is de Kembang Soka in volle bloei,. Wat een expressie van vreugde en dankbaarheid. Er is een takje gebroken, maar toch bloeit dat hangend gebroken takje verder. Niemand ziet haar, alleen een vlinder komt in verrukking voor die bloemen. Die vlinder ben ik. En er zijn er zoveel, en vele vallen er. Slechts weinig worden er opgemerkt, maar ze houdt niet op met bloeien en niets vraagt ze terug. Ze kan enkel en alleen maar geven, schenken.
Daar is het zachte heimwee naar een “home”, naar een brandend lichtje in de verte in de late namiddag, het vallen van de schemering, de “magrib” wanneer de zon ondergaat; daar is de weldadigheid die de avond en nacht brengen, zoals zij komen met het zachte vredige licht van de maan en sterren.
En daar binnen klinkt dan de vreugde snaar.
