Het Hooglied In Onze Tijd
De Zwerver’s Zang
Een zwerver met zijn rommel-karretje zingend, voerde geen rommel maar de grootste schat ter wereld: een sluimerend meisje:
Met jou naast me,
Zelfs te wonen in mijn karretje,
Daar precies is mijn paleis, mijn paradijs.
Met jou naast me,
Is de rijkste man maar doodarm.
Het meisje prevelend in haar slaap:
Met jou naast me,
Voel ik me als koningin onder koninginnen.
Met jou naast me,
Vrees ik de hel niet.
De hemel begeer ik niet,
Dan alleen met jou.