Het, De Mooiste
Het, De Mooiste De wereld is gelukkig niet zo nauw en niet zo grauw als zou er aleen maar een de mooiste, de beste, de grootste wezen.
Daar is het christus-doorn takje tegen de hemel te zien als een fijn wier; hoe mooi, hoe artistiek, hoe “cherishing”. Daar is de mooiste baldakijn van bladeren van de flamboyant.
Daar is de duif die meer dan eens “gehuwd” is, en elke keer opnieuw vond hij zijn nieuw vrouwtje weer het mooiste, het beste, het meest uitverkorene. Daar is het “goedkope” kerk-gezang, maar zo mooi voorgedragen, dat ik zelfs de mooiste zang van Bach, Schumann, Gershwin op dat ogenblik niet eens meer horen wil.
Het boek dat ik heel mooi vind is altijd het mooiste boek, en er zijn zoveel mooiste boeken, en zoveel mooiste filmen, en zoveel mooiste muziek-stukken en zoveel mooiste gedachten en gevoelens. Daar is de waringin, de mooiste boom, en de kenari, en de flamboyant, en de yang lioe, en daar is de sirih, de mooiste klim-plant, en daar is het onkruid zonder naam, het mooiste kruid.
En iedere nieuwe bloem die de orchidee, de zonnebloem, de boterbloem, de roos, de melati, de kenanga, de sedap malam, het veldbloempje voortbrengt, is altijd weer opnieuw de mooiste, de reinste, de heerlijkste, de geurigste; En er is geen vrucht die minder dan alleen het beste is voortgebracht. Allemaal zijn ze nummer een, er is er geen nummer twee. Welke? De machtige oceaan of het zacht rimpelende meer, de zon of een vuurvliegje?
