Helden In Vredestijd
Helden In Vredestijd
Geroerd, aangedaan bij het zien van een medewezen, een katje in doodsstrijd spartelende op de drukke straat weg, een jongeling vatte de moed, stopte de wagens, nam het katje op en bracht het naar een veilig plaatsje aan de kant van de weg. In zijn hart verweet hij de onvoorzichtige rijder. Maar toch was het warm in zijn hart toen hij dit gedaan had. Was het soms haar fout als een kat geboren te zijn in plaats van een mens? Wanneer het lot haar beschoren was in Nederland geboren te zijn, waar volgens zeggen de politie het verkeer stopte om een troep kikkers de straat veilig over te steken dan zou haar zoiets niet overkomen zijn.
Ik herrinner me Mevrouw Krijgsman, een Hollandse vrouw die gebogen was door ouderdom. Ze bracht mij mee naar haar huis, het was geen huis maar een donkere schuur die nog afgebroken moest worden tussen de puin hopen van een reeds omver getrokken groot huis. Er stond geen tafel of stoel. Er was alleen een put en de mooie grote kenarie boom. Ze werd hartelijk met spektakel begroet door haar honden, honden die ze van de straat op pikte.
Ze liep voorzichtig, stapje voor stapje in oude versleten kleren, oude schoenen met een stok en niemand die haar geleidde, klom iedere dag de trappen op van de tram om naar de Glodog passer te gaan en weggeworpen kluifjes te verzamelen voor haar honden. Niets was haar te gevaarlijk, te zwaar, te vies, te laag wanneer het haar honden aan gaat.
Toen haar aangeboden werd weer naar Nederland terug te keren met pensioen en accomodatie voor het hele leven koos ze liever hier in Jakarta met haar honden te blijven. Ik herrinner me Yudisthira* die ook de hem aangeboden hemel weigerde, omdat hij zijn hond moest achter laten en het was ook terwille van haar honden dat zij niet gauw-gauw naar de hemel wilde reizen. Dat was ongeveer 30 jaren geleden.
Helaas! Alleen in de ogen van een hond, haar honden, is men voor eeuwig jong, mooi, rijk en goed als een engel van God.
Dan is er de grote moed van iemand die een van zijn nieren offerde voor zijn zieke broeder. Of de volharding van een moeder die haar man verloor en haar kinderen groot bracht met slechts thuis koekjes bakken tot ze de universiteit hadden doorlopen.
En wat zeg je dan van hen die, om zichzelf of gezin in stand te houden zich tot zo laag storten, begeven en pemulungs werden (zij, die de vuilnisbakken afgaan, rondgaan om nog wat te vinden om er van te kunnen leven) in plaats van te bedelen. Het baantje dat zij zichzelven schiepen omdat er geen werk was, geen vrije werkkeus, geen gunstige werk omgeving zoals is voorgeschreven in de “Human Rights” declaratie.
Helden in vredestijd zijn zachtmoedig, zonder zwaard en wapens. Ze zijn niet bezongen, hebben geen naam, geen standbeeld. Zij zijn niet opgemerkt, maar een scherp oog vindt hen om ons heen, hetzij een kind of iemand op leeftijd, een man of een vrouw of zelfs een dier.
Gewapend, uitgerust met liefde, goedheid, inspireren deze engelen ons met hun durf, dapperheid en zelfopoffering. Het is niet nodig hen te herrinneren met een helden dag, daar degenen die wij liefhebben altijd weer herleven in onze dierbare herrinneringen.
* Yudisthira, een held uit het Mahabharata epos
Uit Media Indonesia, 15 December 1991